Annie van Gansewinkel

Goede daad

Een carrièrevrouw die midden in de ratrace zit, ontmoet in een tehuis een gehandicapte vrouw. Zijn de verschillen overkomelijk of staat men recht tegenover elkaar? Botst het of zoeken ze toenadering? Download nu en lees Goede daad.

Wil je meer van deze Pikas lezen ?

Goede daad

Annie van Gansewinkel

Zul je net zien. Is ze al te laat, vindt ze geen parkeerplek. Ze hadden dit terreintje wel wat ruimer kunnen opzetten. De meeste bewoners hier zijn immers afhankelijk van bezoek en vervoer door anderen.
Mooi, een laatste gaatje vlakbij de ingang. Natuurlijk, voor invaliden. Krap plaatsje trouwens, maar die mensen hebben ook genoeg aan een boodschappenkarretje, veel verder dan de buurtsuper zullen ze op eigen kracht niet komen. Als ze nu nog rondjes door de wijk moet rijden, is ze helemaal te laat. Haar auto past er met moeite in, maar hij staat. Ze moeten maar accepteren dat ze haar auto hier dropt, ze is hier voor hen.
Terwijl Dorris naar de draaideur stekkert, vraagt ze zich ernstig af of ze niets beters te doen heeft. Deze hele toestand heeft ze te danken aan dat vermaledijde Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, waar haar bedrijf ook zo nodig aan moet meedoen.
Als ze de draaideur uitkomt, ontvangt een muffe, warme wolk haar. Ze slalomt zich een weg naar de receptie tussen scootmobiels, rollators en rolstoelen door.

Benieuwd wie ze vandaag weer op haar afsturen. Het is dat het mooi weer is, anders had ze voor de eer bedankt om uitgelaten te worden. Man, vrouw, leeftijd, beroep, Yvonne heeft geen idee. Gisteren had ze bij de aankondiging van het bezoek gezucht en nog geprobeerd de vrijwilliger te slijten aan medebewoners die harder gezelschap nodig hebben. Maar de een herstelde van een griep en de ander moest voor onderzoek naar het ziekenhuis. Ze was opgelucht toen mevrouw Terbregt wel graag op stap wilde. Helaas bleek zij vanmorgen last te hebben van een blaasontsteking en vonden de verzorgers het beter dat ze binnenbleef. Yvonne had nog geopperd dat de vrijwilliger dan misschien een spel met mevrouw Terbregt kon doen, maar daar had ze weinig puf voor gehad.
Gelaten had Yvonne ingestemd met het bezoek van de vrijwilliger, genereus beschikbaar gesteld door de grote multinational in de regio.
‘Vooruit dan maar, iemand moet het doen.’
Een blik op de klok leert dat het bezoek te laat is. Helemaal niet erg, die tijd is dan tenminste al voorbij.

Snel getik op de gang. De vloeren zijn behoorlijk geluiddempend en doorgaans absorberen ze het geluid van gezondheidssandalen en slippers. Maar deze hakjes weten er toch geluid uit te slaan.
De deur zwaait zo hard open, dat hij tegen de wand bonkt. Achter haar rug begint een hoogademende stem te praten.
‘Sorry hoor, dat ik te laat ben. Ik heb het ook zo druk.’
Het parkeerterrein bleek ook nog eens niet berekend op haar komst. Het is een halfhartig excuus, eerder een oproep tot medelijden. Yvonne wacht tot het stil is, voordat ze ‘Goedemorgen’ zegt.
Dan schiet de vrouw achter haar rolstoel vandaan en probeert Yvonnes rechterhand te schudden. Ze schrikt merkbaar als ze voelt dat daar geen leven in zit. Yvonne reikt haar linkerhand en noemt haar naam.
‘Dorris.’
Ze krijgt een snelle koude hand terug. Smaakvol gekleed is ze. Strak in het mantelpak, warmwol in smakelijk lime met daaronder een turquoise blouse, gecompleteerd door bijpassende pumps. Bewonderenswaardig dat ze zich op die stiletto’s kan voortbewegen en nog in hoog tempo ook, zoals Yvonne net op de gang hoorde.
Ze kijkt naar de kleren die ze zelf draagt. Af en toe heeft ze zin om zich te laten opdoffen, maar in het algemeen zit deze gemakskleding in een rolstoel het comfortabelst.
Ze kan wel eens afgunstig zijn op mensen die zonder na te hoeven denken kunnen gaan en staan waar ze willen, maar ze zou niet willen ruilen met dit dwangpakje tegenover haar dat zowaar even zonder tekst lijkt.

Gered door de bel, haar mobiel gaat. Met een vaag verontschuldigend gebaar neemt ze het gesprek aan.
‘Nu kan niet, dat heb ik je gezegd. Goede daad, weet je nog … Bespreken we straks in een bilaatje.’
Yvonne wacht en kijkt naar buiten. Zou die vette bak op de invalidenplaats van haar zijn? Straks moet ze haar goede daad ook nog bekopen met een vette prent.
‘Sorry hoor, moest even.’
Het klinkt niet echt als spijt, Yvonne reageert er dan ook niet op.
‘Wat zullen we gaan doen?’
Dorris opent de onderhandelingen, terwijl ze zich voor de geest probeert te halen welke mogelijkheden de vrijwilligerscentrale opperde.
Zeker geen spel, dat heeft Yvonne allang voor zichzelf bepaald. Dat gedoe met pionnetjes die de ander voor haar moet zetten, dat achterlijke getel van elk stapje op het speelbord en de quasi-grappige opmerkingen om maar te maskeren hoe stomvervelend ze het beiden vinden. Yvonne haat spelletjes, vroeger al toen ze de pionnen nog zelf kon verplaatsen.


  • app store
  • google play