Annie van Gansewinkel

Maskers

Pete moet voor zijn werk een week naar Afrika. Daar, in een totaal vreemde omgeving en lijdend onder de hitte en opdringerige verkopers, ontmoet hij Antoine. Antoine verkoopt maskers en niet zo maar maskers. Hij nodigt Pete uit voor een feest. Wat heeft dat te betekenen? Lees het nu.

Wil je meer van deze Pikas lezen ?

Maskers

Annie van Gansewinkel

Zijn peetoom Pierre zou hier als fervent knutselaar zijn hart ophalen. Niets is waardeloos, alles kan een tweede, derde en volgende leven krijgen. Neem zo’n speelgoedje nou, een scootertje kunstig geassembleerd uit stukjes blik in knalkleuren.
‘Monsieur.’
De man van de kraam heeft zijn blik blijkbaar meteen onderschept en komt op Pete afgelopen, drie scootertjes in zijn hand. Verontschuldigend wimpelt Pete het aanbod af. Vaag begrijpt hij iets als drie voor de prijs van twee. Maar wat moet hij met speelgoedjes? De man laat zich niet ontmoedigen en goochelt tot een prijs die neerkomt op drie voor de prijs van anderhalf.
‘Non, merci,’ zegt Pete rustig.
Doorlopen moet hij, anders blijft de man aandringen. Hij denkt dat het aan de prijs ligt en Pete hoeft hem toch niet te vertellen dat hij geen kinderen heeft. Op onbegrip of deernis zit hij al helemaal niet te wachten.
Hij groet resoluut en zet er de pas in. Niet achteromkijken, want dat legt de verkoper vast uit als belangstelling.

Pas als de stank doordringt in zijn neus, beseft hij dat hij op de afdeling vleeswaren terecht is gekomen. Dieren liggen of hangen in alle mogelijke stadia van ontbinding. De losse lichaamsdelen die zijn uitgestald, zijn blijkbaar allemaal eetbaar.
Pete blijft staan bij een plank op schragen en probeert een dier te reconstrueren uit de kleine voorwerpen. Botjes, tanden, kraakbeen, veertjes, onduidelijke onderdelen en plotseling twee grote ogen die hem aankijken. Ondanks de warmte voelt hij even een lichte rilling tussen zijn schouderbladen. Hij blijft terugkijken en buigt zich nog wat dichter naar de uitstalling. Dit is geen eetwaar. Vragend kijkt hij de verkoper aan.
‘Protection,’ zegt die alleen.
Bescherming. Waartegen zegt hij niet, maar misschien helpt het tegen alles. Het is hier ongetwijfeld van nut. Tegen geweld, honger, ziekte, en wie weet tegen boze geesten.
‘Kopen?’ vraagt de verkoper.
Pete schudt nee. In gedachten verzonken loopt hij weg, vaag hoort hij achter zich de verkoper nog een onweerstaanbaar aanbod doen. Wat moet Pete in Nederland met protection? Hij heeft goed te eten, is gezond, heeft werk en leeft in een rustig land. Hij weet waar hij aan toe is en zo heeft hij het graag.
Hij zat dan ook helemaal niet op dit uitstapje te wachten. ‘Noodgeval,’ had zijn leidinggevende zich geëxcuseerd. De collega van het hoofdkantoor kon deze keer niet gaan door de aanstaande bevalling van zijn vrouw. Als de systeemfout niet heel snel kon worden opgelost, zou de productie in hun Afrikaanse zusterbedrijf compleet stagneren.

Het kan snel gaan. Afgelopen weekend maakte hij nog gewoon het vaste rondje op zijn racefiets. Hij kon niet vermoeden dat hij drie dagen later na snelprocedures met reisdocumenten en vaccinaties voor het eerst van zijn leven in Afrika zou zijn. De eerste maal buiten Europa zelfs, dat vindt hij al ver genoeg. Noorwegen, Ierland, dat zijn zijn landen. Nu loopt hij hier in de snikhete hoofdstad op de markt, een must-see volgens het gidsje van het hotel.
Hij had het liefst meteen aan de slag gewild, des te sneller kan hij terug naar huis. Maar het bedrijf is vandaag dicht, feestdag vanwege de onafhankelijkheid.
Hij besefte ook wel dat hij niet bij zijn hotel kon blijven hangen, al was hij het liefst de hele dag binnen bereik van de airco op zijn kamer gebleven.
Nu loopt hij hier op de immense markt waar hij de buitenrand heeft opgezocht. Al die mensen die hem omringen, hij heeft het al warm genoeg. In de verte ziet hij de stroom mensen op de toegangsweg naar de markt. De vrouwen met koopwaar op hun hoofd, mannen en jongetjes met handkarren, zwaarbeladen fietsen en daartussendoor wringen zich auto’s. Het beeld is deels onscherp door het stof en de trillende, warme lucht.
Hij haalt zijn zakdoek weer tevoorschijn en bet zijn gezicht. De mensen hier lijken een stuk minder last te hebben van de warmte. Sommigen zijn zelfs dik gekleed, gebreide mutsen, lange broeken met shirt, trui en jasje eroverheen. Misschien hebben ze al een lange reis achter de rug, vanmorgen vroeg vertrokken toen het nog koud was in hun bergachtige streek.
Als hij nou eens wat langzamer loopt. Hij betrapt zich op het stadse tempo waarmee hij elke dag van huis naar station naar kantoor loopt en aan het eind van de dag van kantoor naar station naar huis.


  • app store
  • google play