Annie van Gansewinkel

Strandparadijs

Leanne en Gwen, twee collega’s, gaan samen met een reisgezelschap op vakantie naar West-Afrika. De verschillen tussen hen worden vergroot door de reis, hun gesprekken en de hitte. Reisleider Bob maakt het nog erger … Download nu.

Wil je meer van deze Pikas lezen ?

Strandparadijs

Annie van Gansewinkel

‘Heerlijk, eindelijk rust.’
Leanne schurkt zich tegen het badlaken op het ligbed. Gwen tilt haar hoofd een tikje op en schudt haar hoofd.
‘Je hebt er twee weken vakantie op zitten.’
‘Wat je maar vakantie noemt, we zijn de hele tijd op sjouw geweest.’
‘Dat is toch vakantie? Nieuwe dingen zien.’
‘Nieuwe dingen ja, maar niet tien tempels, honderd markten en allemaal mensen die iets van je willen.’
Gwen haalt haar schouders op en probeert ontspannen te gaan liggen.
‘Rust zacht, hè.’
Leanne reageert niet.
Gwen vindt een dag strand nu ook wel lekker als afsluiting van een paar intensieve weken rondreizen. Maar hoe ze hier drie dagen in dit strandparadijs moet stukslaan, daar heeft ze geen idee van. De afsluitende chill-out zat nu eenmaal in het pakket. Toch zal ze Bob vragen of er nog iets in de omgeving te zien is.
Er zit minstens een meter tussen het strandbed van Leanne en dat van haar. Op kantoor zitten ze dichter bij elkaar, maar vreemd genoeg benauwt de nabijheid haar nu.

‘Leuk,’ had Leanne gezegd toen Gwen drie maanden geleden had verteld dat ze erover dacht om eens met een groepsreis buiten Europa op vakantie te gaan. ‘Afrika of zo, in elk geval waar de zon altijd schijnt. Als je zin hebt om mee te gaan …’
‘Cool,’ had Leanne meteen gezegd, ‘ik wil ook wel eens zien wat er voorbij Spanje ligt.’ Leanne had zich niet werkelijk verdiept in het aanbod. ‘Kies jij maar wat.’ Ook toen Gwen het programma had voorgelegd, had Leanne het nauwelijks bekeken. Ze was met haar wijsvinger langs de van-dag-tot-dagplanning gesneld en had ‘Paleis, dans, markt,’ gemompeld en bij ‘drie dagen ontspannen op het idyllische strand van Paradis’ had ze ‘Chill’ uitgeroepen.
Dus Gwen had hun reis geboekt.
Ze werkten nu allebei een jaar op de backoffice en echt persoonlijk contact hadden ze tot dusver niet gehad. Beiden hadden ze hun eigen takenpakket, dus veel hoefden ze niet te overleggen. Alleen bij afwezigheid van de ander namen ze wel eens een taak over.
Even oud, allebei nog single. Weer single in Gwens geval. Ze wist niet eens of Leanne langdurige relaties had gehad.
Zelf was ze nu precies drie jaar alleen nadat haar eeuwige relatie met Ronald toch op de klippen liep. Sinds hun twintigste waren ze al samen en na tien leuke jaren waren ze er gemakshalve van uitgegaan dat het dan wel voor eeuwig en altijd zou zijn.
Maar ineens was het vuur eruit. Gelukkig bij allebei en opbreken bleek een niet al te pijnlijke gezamenlijke beslissing. De eerste jaren had Gwen haar nieuwe status van vrijgezel heerlijk gevonden. Ze kreeg de gelegenheid om het singlebestaan alsnog te ontdekken.
Maar langzamerhand had ze dat wel gezien. Stiekem had ze gehoopt dat er in het reisgezelschap een leuke man losliep.
‘Alle leuke mannen van onze leeftijd zijn bezet, of ze zijn homo,’ had Leanne eergisteren nog eens uitgeroepen, met haar gebruikelijke gevoel voor overdrijving. ‘Kijk maar in onze groep. Of ze zijn deel van een stel, of ze zijn veel te oud of niet leuk.’
‘Wat vind je te oud?’ had Gwen gevraagd.
‘Mannen van mijn leeftijd zijn vaak al aan het settelen en de mannen die vrij zijn, willen zich nog absoluut niet binden. Zij hebben alle tijd, maar als ik kinderen wil, kan ik geen tien jaar meer wachten. Ik wil ook geen oude bok die nog wel een groen blaadje lust of met een jonger ding aan een tweede leg wil beginnen. Zeker meteen stiefmoeder worden van een eerder nest, bedankt!’
Ze hadden samen de mannen in de reisgroep de revue laten passeren, maar hadden gezwegen over Bob. Die was van de buitencategorie.

‘Ik kom gelukkig een beetje bij,’ verzucht Leanne. ‘Eindelijk rust. Niks voor mij om twee weken uit mijn koffer te leven.’
‘Lekker toch, iedere morgen je ogen opendoen in een ander bed.’
‘Die bedden lijken anders wel gruwelijk veel op elkaar: allemaal slapen ze even beroerd.’
Leanne heeft geen idee wat beroerd slapen is. Elke nacht ligt ze te ronken, terwijl Gwen de oordopjes nog wat vaster in haar oren probeert te stoppen.
‘Het klinkt alsof je blij bent dat je maandag weer op kantoor zit.’
Gwen hoort zelf dat het snibbig klinkt.
‘Nee hoor, laat mij hier nog maar minstens een week op het strand liggen. Wat mij betreft was onze reis begonnen met een dag of drie hier en afgesloten met weer eens drie dagen. En in de tussentijd: “Helaas, helaas, beste mensen, onze reisbus is kapot en niet meer te repareren. We kunnen ook geen andere bus krijgen, dus, sorry, we zullen in Paradis moeten blijven.” Kijk, dan was het mijn droomreis geweest.’ Voordat Gwen iets kan zeggen, gaat Leanne verder. ‘Het is niet eerlijk. Niets werkt hier in dit land, of het gaat kapot. Maar die stomme bus start elke dag en blijft rijden ook. Wij raken helemaal ontregeld en gebutst, terwijl die bus rijdt als een zonnetje.’
‘Ik heb de afgelopen dagen wel gedacht dat ik hier best langer zou willen blijven. Op de een of andere manier voelt dit land vertrouwd.’
‘Vertrouwd? Wees blij dat je het thuis beter hebt, Gwen.’
Gwen zwijgt. Hoe kan ze aan Leanne uitleggen wat ze voelt? Als ze door een dorpje loopt met kinderen om haar heen en in haar kielzog. Dan voelt ze deernis, nieuwsgierigheid, schuld, vrolijkheid, een ingewikkeld weefsel van gevoelens. Maar in ieder geval voelt ze dat ze leeft.
‘En trouwens, langer blijven, jouw vakantiegeld is toch ook op?’
Niet doorvragen, Leanne, zegt Gwen in stilte. Ze heeft geen antwoorden. Vakantie bedoelt ze niet. Hier leven, hoe zou dat zijn? Maar waarvan? Er zit hier niemand op een officemanager te wachten.
‘Waar je maar zin in hebt.’
Leanne trekt haar conclusie nog voordat Gwen antwoord heeft gegeven.
‘Het is overal zo primitief.’
‘Op deze plek toch niet?’
Gwen maakt een vaag gebaar over haar schouder naar het luxe resort achter hen.
‘Er was geen stroom vanmorgen, ik kon mijn haar niet eens föhnen. Geen warme douche. Daar had ik me zo op verheugd na ons verblijf in de rimboe.’
In bijna elk hotel hadden ze nota bene een douche gehad, waar altijd water uit kwam. Koud water weliswaar, maar toch.


  • app store
  • google play