Annie van Gansewinkel

Teamgeest

Bas wordt door zijn collega’s Henk en Jeroen op een kinderachtige wijze gepest en tegengewerkt. De komst van Milou de stagiaire is het begin van een aantal veranderingen dat leidt tot een heftige ontknoping. Benieuwd hoe dat afloopt? Download Teamgeest nu.

Wil je meer van deze Pikas lezen ?

Teamgeest

Annie van Gansewinkel

‘Alsjeblieft, baas, één bak troost.’ Met een zwaai deponeert Jeroen het bekertje op Henks bureau. Nauwkeurig schikt hij het roerstokje ernaast en twee suikerstaafjes. ‘Hé, Bassie, sorry, ik heb maar twee handjes.’ Hij wijst naar het bekertje in zijn andere hand, zet dat op zijn eigen bureau en ploft neer op zijn stoel.
Bas maakt een vaag oké-gebaar. Jeroen brengt nooit koffie voor hem mee. Zelf neemt hij altijd drie bekers mee, hele stapels traytjes staan er naast de koffieautomaat. Hij dacht dat hij er na al die jaren aan gewend was en dat het hem ook niets meer kon schelen.
Terwijl Bas zijn mailbox verder doorwerkt, zetten Henk en Jeroen zich uitgebreid aan de nabeschouwingen van de nabeschouwingen van gisteravond. Bas heeft daar geen tijd voor, want vanmiddag werkt hij op de afdeling Infra aan Beterwerk. Dat project begint steeds omvangrijker en interessanter te worden. En, moet hij toegeven, het is ook fijn om steeds vaker hier van de afdeling weg te kunnen.
‘Henk, vanmiddag ben ik bij Infra.’
‘Ga je weer vreemd?’ Bijna automatisch brengt Henk het gemompel voort en net zo automatisch als anders ligt Jeroen in een stuip.
Bas probeert nonchalant zijn schouders op te halen, maar Henk en Jeroen zijn al weer druk met de analyse van het commentaar op de spelerswissel.

‘Ga je mee, dooie vis eten?’ Henk staat bij het bureau van Jeroen die onmiddellijk opstaat.
‘Ik maak dit even af, twee zinnen nog.’ De woorden van Bas klinken in het luchtledige, de twee zijn de kamer al uit. Maar Bas had eigenlijk ook niet verwacht dat ze op hem zouden wachten. Dan kan hij net zo goed die memo voor Infra afmaken, mooi ruim voor de deadline.
Moet hij niet binnenkort eens een gesprek met het hoofd daar aanvragen en een balletje opgooien over mogelijkheden bij die afdeling? Hij heeft het hier zo langzamerhand wel gezien. Bijna tien jaar zitten ze al met zijn drieën op het Bouwbureau en het werk biedt hem geen enkele spanning meer. Henk en Jeroen zijn in wezen goede kerels, maar ze kunnen zo vermoeiend flauw doen. Meer dan flauw, als hij eerlijk tegen zichzelf is. En steeds vaker en vervelender.
Hij staat op. Toch eerst maar lunchen.

Het dienblad met zijn lekkerbekje zet hij even later op tafel bij Henk en Jeroen. Achteloos schuift Henk het velletje van zijn vis op het bord van Bas.
‘Kijk eens, voor jou, het neusje van de zalm.’
Jeroen lacht. Bas laat het liggen, schuift het alleen iets meer aan de kant.
‘Wat ga jij in het weekend doen? We hadden het net over onze wilde plannen,’ voegt Henk toe.
Dat bespreken ze elke vrijdagmiddag onder lunchtijd en zo wild zijn Henks plannen niet. Boodschappen, shoppen met de vrouw in het wildste geval, kinderen naar de sportclub. Jeroen zal wel gaan stappen met zijn vriendin.
‘Ik weet het nog niet,’ antwoordt Bas naar waarheid.
‘Jij kunt gaan en staan waar je wilt,’ constateert Henk. Lift er een spoortje van afgunst mee in zijn woorden?
‘Ja,’ grinnikt Jeroen, ‘en dan stort je je zeker op je postzegelverzameling?’
‘Ik spaar geen …’ Bas zwijgt, totaal nutteloos om het nog eens te zeggen. Maar hij ziet aan hun gezichten dat ze hun punt al weer hebben genoteerd.

‘Jongens, ik stop er even mee.’ Bas zet zijn keu in het rek.
‘Ik vind het ook wel genoeg,’ Frank volgt hem en ook Peer en Ramon komen naar de statafel.
‘Iedereen?’ Met zijn wijsvinger tekent Bas een rondje en loopt naar de bar.
‘Laat maar op mijn rekening zetten, ik trakteer,’ roept Frank hem na.
‘Wat heb je dan te vieren?’ vraagt Bas, wanneer hij terugkomt met vier pils.
‘Ik heb jou eind deze middag al proberen te bellen, maar ik kreeg geen gehoor. Ik krijg een andere baan.’
De drie vrienden vallen stil. Een andere baan, in deze tijd.
Frank vertelt hoe de concurrent hem heeft gevraagd, wat een prachtbaan hij biedt en hoe node zijn baas hem laat gaan.
‘Dus je nieuwe baas betaalt zelfs een soort transfersom. Dan wil hij jou wel heel graag.’ Bas constateert het met bewondering.
‘Mooi voor je, man,’ de woorden van Ramon klinken welgemeend. ‘Ik ben blij dat ik werk heb dat niet al te erg is. Dus ik blijf voorlopig maar zitten waar ik zit.’
Peer knikt dat hij het ermee eens is.
‘Ik zou ook wel iets anders willen en misschien komt er ruimte bij de afdeling Infra waar ik nu al voor een groot project gedeeltelijk ben uitbesteed. Maar op zich zit ik goed, toch nog steeds goed werk en aardige collega’s.’
Bas drinkt zijn haastige woordenstroom weg met een slok bier.


  • app store
  • google play